Een introductie van Duitsland’s op één na grootste Anbaugebiet (alleen in Rheinhessen is het wijngaardoppervlak groter) kan niet zonder vergelijking met de Franse evenknie, de Elzas. De Pfalz is als het ware het noordelijke verlengstuk van de Elzas en beide profiteren van een heuvelkam ten westen van het gebied. Die houdt de nodige regendruppels tegen. De Pfalz is dan ook het droogste en zonnigste deel van Duitsland. Zeer goede omstandigheden dus voor het maken van lekkere Duitse wijn. Lokaal wordt de vergelijking met Toscane gemaakt en hoewel er inderdaad olijfbomen staan (je treft ook citroenen, vijgen en amandelen) gaat deze vergelijking toch een beetje mank. Een zongebruinde Duitser is immers nog geen Toscaan smiley

Terug naar de Elzas. De grote gemene deler is namelijk het gebruikte druivenmateriaal in de wijnbouw. Pfalz is net als Elzas een paradijs voor riesling, pinot blanc (heet hier weiβburgunder), pinot gris (grauburgunder) en muscat (gelber muskateller). De Duitse noorderburen slagen er echter in – beetje subjectiviteit is gepermitteerd  – om er frissere, zuiverdere, en vooral drogere wijnen van te maken. Betere, mooiere wijnen. Dit komt vooral door de aanwezigheid van een groep jonge, goed opgeleide en ambitieuze Duitse wijnmakers en -maaksters die stap voor stap de meer traditioneel werkende Eltern met vineus prépensioen sturen.

Hoewel dergelijke wijnen geen plaats krijgen in het assortiment van Hofman Wein & Vino is de Pfalz ook het wijnlaboratorium van Duitsland. Nebbiolo? Sangiovese? Merlot? Het is er allemaal. Liefst veertig procent van de wijnen afkomstig uit de Pfalz is rood waarvan vooral Spätburgunder het drinken absoluut waard is. Terwijl in Bourgogne de wijnen van pinot noir (spätburgunder) elk jaar duurder worden, door een reeks kwantitatief magere oogstjaren bij aanhoudende vraag, houdt men in de Pfalz de prijzen nog op een redelijk niveau bij een alsmaar stijgende kwaliteit. Bourgogneliefhebbers, kijkt om u heen en schenk uzelf eens een mooie Spätburgunder.